De Hoge Gezondheidsraad (HGR) publiceerde in april 2026 een nieuw basisvaccinatieschema voor zuigelingen en kinderen, waarin o.a. het toedieningsschema voor het hexavalent vaccin wijzigt. Dit artikel bespreekt de belangrijkste wijzigingen en de implicaties voor de praktijk.
Kernboodschappen
Volgens de HGR heeft het nieuwe schema twee doelstellingen: het vaccinatieschema vereenvoudigen en tegelijk een optimale bescherming behouden. Het voorgestelde schema vermindert het aantal dosissen van het hexavalent vaccin tijdens de primovaccinatie, zonder toename van het aantal noodzakelijke vaccinatiecontacten of van het aantal vaccins dat per consultatie wordt toegediend.
De belangrijkste wijziging betreft het hexavalent vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest, polio, hepatitis B en Haemophilus influenzae type b (Hib). Volgens het nieuwe schema wordt een dosis van het vaccin toegediend op de leeftijd van 8 weken en van 16 weken. De dosis op 12 weken verdwijnt dus uit het schema.
De booster van het hexavalent vaccin wordt vervroegd naar de leeftijd van 12 maanden (in plaats van 13 à 15 maanden) en wordt samen toegediend met de eerste dosis van het vaccin tegen mazelen, bof en rubella.
Voor difterie, tetanus, kinkhoest en polio blijft nadien de boostervaccinatie aanbevolen op de leeftijd van 5 à 6 jaar en voor difterie, tetanus en kinkhoest daarna om de 10 jaar.
Voor de meeste componenten van het hexavalent vaccin wordt internationaal een 2 + 1 schema gebruikt en door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als aanvaardbaar beschouwd.
De kinkhoestcomponent vormde historisch de voornaamste reden om een 3 + 1 schema te behouden. In de praktijk volgen verschillende (Europese) landen, waaronder alle Belgische buurlanden, reeds langer een 2 + 1 schema voor het kinkhoestvaccin.
Een systematische review onderzocht de antilichaamconcentraties na vaccinatie met de verschillende doseerschema’s en concludeerde dat de antilichaamconcentraties gedurende het 1ste levensjaar lager zijn in het 2 + 1 schema dan in het 3 + 1 schema. Na drie doses worden in het 2 + 1 schema hogere antilichaamconcentraties gezien dan na drie doses in het 3 + 1 schema, mogelijk door het langere interval tussen de tweede en de derde dosis voor het 2 + 1 schema.
Een beperkt aantal studies onderzochten ook de klinische werkzaamheid waarbij het aantal klinische gevallen en het aantal ziekenhuisopnames voor kinkhoest bij kinderen in de leeftijdsgroep 6 tot 12 maanden werden geregistreerd. Geen enkele studie vindt een significant verschil tussen beide schema’s. De studies zijn echter schaars en vertonen belangrijke methodologische beperkingen.
Net zoals voor kinkhoest, gebruiken de meeste Europese landen ook voor Hib reeds langer een 2 + 1 schema. Sinds 2020 wordt er in sommige landen echter een langzame toename gezien van het aantal Hib-infecties. Er bestaat geen duidelijk bewijs dat er een verband is tussen de toename van het aantal infecties en het gebruik van het 2 + 1 schema.
De HGR neemt haar eerdere advies op om een schema met vier doses van het 20-valent pneumokokkenvaccin te gebruiken in het basisvaccinatieschema (zie advies HGR 9837 (2025) + zie Folia augustus 2025). De laatste dosis van het 20-valent pneumokokkenvaccin kan samen toegediend worden met het vaccin tegen meningokokkeninfecties op de leeftijd van 13 à 15 maanden.
Het advies van de HGR is nog niet geïmplementeerd door de gemeenschappen, waardoor het op dit moment (situatie 1/7/2026) verschilt van het basisvaccinatieprogramma zoals gehanteerd door Kind&Gezin en ONE.
Er bestaat ook een verschil in mazelenvaccinatie tussen Kind&Gezin enerzijds en ONE anderzijds, dus ook daar blijft aandacht nodig (zie Folia september 2025).
In de praktijk zullen verschillende schema’s naast elkaar gebruikt worden. Zorgverleners moeten daarom alert blijven voor verschillen in vaccinatieschema’s, zeker bij kinderen die niet via Kind&Gezin/ONE worden gevaccineerd of die door meerdere zorgverleners worden opgevolgd. Een correcte registratie van toegediende vaccins is essentieel.
Kinkhoest is vooral bij zuigelingen jonger dan 6 maanden gevaarlijk. Daarom zal de opvolging van de incidentie van kinkhoest, na invoering van het 2 + 1 schema, belangrijk zijn.
Vaccinatie tegen Hib heeft als voornaamste doel de bescherming van zuigelingen tegen meningitis en epiglottitis. De evolutie van de incidentie van meningitis en epiglottitis zal nauw opgevolgd moeten worden na invoering van het 2 + 1 schema.
In tabel 12a van het Repertorium is een overzicht terug te vinden van het basisvaccinatieschema van de HGR, alsook van het schema dat momenteel (situatie 1/7/2026) wordt gehanteerd door de gemeenschappen.
Hexavalent vaccin (zuigelingen): Hexyon®, Vaxelis® (zie Repertorium)
13-valent vaccin tegen pneumokokken PCV13: Prevenar 13® (zie Repertorium)
20-valent vaccin tegen pneumokokken PCV20: Prevenar 20® (zie Repertorium)
Giammanco G., Moiraghi A., Zotti C. et al. Safety and immunogenicity of a combined diphteria-tetanus-acellular pertussis-hepatitis B vaccine administered according to two different primary vaccination schedules. Vaccine 1998;16(7):722-726.
HGR Advies 9761: Basisvaccinatieschema (2025), gepubliceerd op 22/4/2026. Via website HGR
HGR Advies 9836: Pneumokokkenvaccinatie voor kinderen (herziening 2025), gepubliceerd op 24/4/2025. Via website HGR
Mueller J. Comparative efficacy/effectiveness of schedules in infant immunization against pertussis, diphteria and tetanus: Systematic review and meta-analysis. WHO-SAGE April 2015. Via website WHO
WHO. Pertussis vaccines: WHO position paper – August 2015. Via website WHO