Bijwerking melden of PDF voor het melden van vermoede ongewenste effecten.
Het optreden of verergeren van demyeliniserende aandoeningen zoals multiple sclerose is een beschreven ongewenst effect van TNF-remmers. Een meta-analyse kwantificeert het risico van nieuwe gevallen, met een toename van 38% vergeleken met conventionele therapie.
Kernboodschappen
Commentaar van het BCFI:
Hoewel het verhoogde risico op demyeliniserende aandoeningen reeds vermeld staat in de SKP's, biedt deze grootschalige meta-analyse voor het eerst een kwantificering van nieuw ontstane gevallen.
De TNF-remmers (adalimumab, infliximab, etanercept, golimumab, certolizumab pegol) zijn een belangrijke therapeutische optie bij de behandeling van ernstige, moeilijk behandelbare auto-immuunziekten en worden wijdverspreid gebruikt in de reumatologie, gastro-enterologie en dermatologie.
Het risico op demyeliniserende aandoeningen van het centraal zenuwstelsel (CZS), waaronder multiple sclerose (MS), is al langer beschreven bij TNF-remmers. Een causaal verband is niet aangetoond. Er bestaan wel hypotheses over een mogelijke rol van TNF-α in demyeliniserende processen in het CZS, wat een biologische plausibiliteit suggereert. Volgens de samenvattingen van de kenmerken van het product (SKP’s) kan het gaan om nieuwe demyeliniserende aandoeningen of om verergering van bestaande aandoeningen.
In februari 2026 besprak La Revue Prescrire (LRP) een systematische review en meta-analyse over het risico op nieuwe gevallen van een brede groep inflammatoire CZS-aandoeningen tijdens een behandeling met een TNF-remmer. Het artikel van LRP richt zich alleen op de resultaten voor demyeliniserende aandoeningen, voornamelijk MS.
De auteurs includeerden meerdere observationele studies met in totaal bijna 1 miljoen patiënten met diverse auto-immuunziekten, waarvan ongeveer 100 000 patiënten werden blootgesteld aan een TNF-remmer. De gemiddelde opvolgingsduur bedroeg ongeveer 5 jaar.
Het risico op nieuwe gevallen van demyeliniserende aandoeningen van het CZS (MS, neuritis optica, myelitis transversa, neuromyelitis optica-spectrumstoornis (NMOSD)) was verhoogd bij patiënten behandeld met een TNF-remmer in vergelijking met patiënten behandeld met conventionele therapieën zonder TNF-remmer. Het risico nam toe met 38% (relatief risico 1,38; 95% BI 1,04–1,81, statistisch significant). De absolute incidentie van inflammatoire CZS-aandoeningen bedraagt ongeveer 2 tot 13 per 10 000 persoonsjaren.
Bijkomende analyses (voor alle vormen van inflammatoire CZS-aandoeningen) vonden geen duidelijk verschil tussen de verschillende TNF-remmers, wat wijst op een klasse-effect. In tegenstelling tot vroegere studies, werd er ook geen verschil gevonden tussen de onderliggende auto-immuunziekten (reumatische aandoeningen, inflammatoire darmziekten). Het risico lijkt dus eerder gerelateerd aan de blootstelling aan de TNF-remmer zelf dan aan de aard van de onderliggende auto-immuunziekte.